Het wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid van psychotherapeutische interventies bij persoonlijkheidsstoornissen komt uit onderzoek naar de effectiviteit van ambulante individuele psychotherapie, ambulante groepspsychotherapie en (dag)klinische psychotherapie.
De in dit hoofdstuk besproken onderzoeken laten grote verschillen zien voor wat betreft de aard van de onderzochte effecten en het aantal effectmaten. Omwille van de overzichtelijkheid is er in deze richtlijn voor gekozen om bij de beschrijving van de diverse onderzoeken geen volledige opsomming van maten waarop wel en maten waarop geen effecten konden worden aangetoond te geven. In de wetenschappelijke onderbouwing en de conclusies hebben we ervoor gekozen om te differentiëren naar de volgende behandeldoelen:
reductie van symptomen, zoals het verminderen van angstsymptomen, depressieve klachten, verslavingsproblemen of een combinatie van deze
reductie van persoonlijkheidspathologie, zoals het verminderen van maladaptieve gedragspatronen (bv. suïcidaliteit, zelfbeschadigend gedrag en criminele gedragingen) of maladaptieve persoonlijkheidstrekken (bv. impulsiviteit en emotionele stabiliteit)
verbetering van het beroepsmatig, sociaal en relationeel functioneren
Veel onderzoek is verricht naar psychotherapie bij persoonlijkheidsstoornissen in het algemeen, ofwel het brede spectrum. Dit onderzoek is gericht op alle drie de persoonlijkheidsstoornissenclusters. Er is ook veel specifiek onderzoek verricht naar psychotherapie bij de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis (OPS) en bij de borderlinepersoonlijkheidsstoornis (BPS). Er is voor gekozen om de bevindingen op basis van deze onderzoeken alleen afzonderlijk te noemen wanneer ze tot aanvullende conclusies en aanbevelingen leiden.
Uitgangsvragen
Welke psychologische en/of sociale behandelinterventies en -methoden zijn effectief bij de te onderscheiden vormen van persoonlijkheidsstoornissen ten aanzien van de verschillende behandeldoelen?
Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen ten aanzien van de verschillende behandelingen?
Keuze en verantwoording van de literatuur
Voor het beantwoorden van de uitgangsvragen van dit hoofdstuk werd literatuur gezocht in PsycINFO, Medline en Embase. De zoektermen hierbij waren ‘personality disorder', ‘personality pathology' en ‘axis II'. Deze termen zijn gecombineerd met de zoektermen ‘trial', ‘therapy', ‘treatment', ‘efficacy' en ‘effectiveness'. Ter afbakening van de zoekopdracht zijn de volgende beperkingen gebruikt: leeftijd (achttien jaar of ouder), taalgebied (Nederlands, Engels en Duits) en periode van publicatie (vanaf 1978 tot 2006). Forensisch onderzoek is uitgesloten, evenals onderzoek naar medicamenteuze behandeling (drug therapy/pharmacotherapy). Deze zoekstrategie leverde 106 artikelen op in PsycINFO en 149 artikelen in Medline. Embase voegde hieraan geen nieuwe artikelen toe. Uit de referentielijsten van de gebruikte artikelen werden aanvullende bronnen geselecteerd.
Vervolgens zijn de abstracts van de geselecteerde artikelen gescreend op relevantie aan de hand van de volgende criteria.
Behandeling: Is minimaal een van de onderzochte behandelingen duidelijk omschreven? Dat wil zeggen in haar geheel beschreven in een handleiding of een of meer componenten ervan helder gedefinieerd in het artikel.
Homogeniteit: Binnen een behandelconditie moet de setting voor alle patiënten dezelfde zijn; de duur mag weliswaar variëren, maar dient wel omschreven te zijn.
Behandeldoel: Is minimaal een van de onderzochte behandelingen (gedeeltelijk) gericht op de persoonlijkheidspathologie?
Effectmeting: Is er sprake van zowel een baselinemeting als een vervolgmeting? De vervolgmeting mag ook tijdens het behandeltraject plaatsvinden, maar moet minimaal drie maanden na baseline liggen.
Populatie: Heeft minimaal 50% van de onderzochte populatie een persoonlijkheidsstoornis volgens de criteria van de DSM-III, DSM-III-R of DSM-IV? De persoonlijkheidsstoornissen mogen door middel van een semi-gestructureerd interview, klinisch oordeel of met behulp van vragenlijsten zijn vastgesteld.
Uiteindelijk resulteerden 95 artikelen, waarvan vier reviews en twee meta-analyses. Deze reviews en meta-analyses betreffen het brede spectrum van persoonlijkheidsstoornissen. Van de overige 89 artikelen zijn er 33 die het brede spectrum van persoonlijkheidsstoornissen bestuderen en 37 die zich in het bijzonder richten op de borderlinepersoonlijkheidsstoornis. In 2006 zijn nog drie relevante artikelen over de borderlinepersoonlijkheidsstoornis toegevoegd (235383392). Verder zijn er vijf onderzoeken over overige cluster-B-persoonlijkheidsproblematiek en veertien over cluster-C-persoonlijkheidsproblematiek. De bevindingen in deze onderzoeken sluiten vrijwel naadloos aan op de conclusies uit het onderzoek naar psychotherapeutische interventies bij het brede spectrum.
GGZrichtlijnen.nl is een uitgave van de Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ en het Trimbos-instituut
Copyright 2010 GGZ-richtlijnen.nl ggzrichtlijnen@trimbos.nl